God zegt: als je gelooft word je behouden en mag je bij me horen. Voor altijd, voor eeuwig! Dit staat in de bijbel, we horen het in de kerk als de dominee er over vertelt. Maar we mogen het ook zien en proeven. God houdt rekening met onze moeite. Geloven kunnen we niet zelf, daar hebben we hulp bij nodig. Daarom geeft God ons zichtbare tekenen die laten zien hoeveel hij van ons houdt. Dit noemen we sacramenten. Christus heeft ze in zijn tijd op aarde ingesteld. De doop en het avondmaal.
Als in onze diensten de doop wordt bediend of het avondmaal wordt gevierd ervaren we dit als een bijzondere dienst. Een dienst waarin we nog meer bepaald worden bij Gods verbond en genade.
Doop
Bij de doop krijgt een baby of een volwassene die tot geloof is gekomen water op het hoofd gesprenkeld. Water als symbool van reiniging. We mogen zo weten dat Christus onze zonden van ons ‘afwast’ . Net zo zeker als dat we zien dat dit kind, of deze volwassene wordt gewassen met het water. God zegt hiermee dat hij of zij zijn kind mag zijn. We noemen God dan ook onze Vader.
Ouders die hun kinderen laten dopen beloven dat ze hun gedoopte kinderen zullen opvoeden in de leer van de bijbel. Zo zet God ze zelf aan het werk om via hen zijn belofte waar te maken.
Avondmaal
6 keer in het jaar vieren we het heilig avondmaal. Belijdende leden van onze gemeente en gasten uit zusterkerken die door de kerkenraad zijn toegelaten worden in die dienst aan de ‘avondmaalstafel’ genodigd. Vanaf de tafel, waar Christus Gastheer is, worden brood en wijn uitgedeeld. Met een stukje brood denken we aan het gebroken lichaam van Christus. Met de beker en een slokje wijn denken we aan het bloed dat hij voor ons vergoten heeft. Om voor onze zonden te betalen.Zo zien en proeven we waardoor we ons steeds weer herinneren hoe groot zijn genade is en hoe rijk zijn belofte. Ieder van ons kan daar ook steeds weer naar uitzien. We zien uit naar een leven waarin alles goed is. God maakt het goed met ons!












