Als Immanuelkerk maken wij uit het brede spectrum van hulporganisaties een keus voor een diaconaalproject. Dit project heeft over het algemeen minimaal een looptijd van een jaar. De doelen worden geselecteerd op basis van verschillende criteria.
Ranking en selectie diaconale projecten
Januari 2010
Naast de aanbevelingen van het Diaconaal steunpunt wordt de behoefte onderkend om zelf als diaconie een instrument te hebben om goede doelen te ranken naar wenselijkheid om te worden ondersteund door de GKv gemeente van Krimpen aan de IJssel. Deze ranking zegt dus niets over het goede doel op zich.
De doelen worden beoordeeld op 14 criteria verdeeld over 4 categorieën:
1. Draagvlak in gemeente
1.1. Gevoelsmatig
1.2. Concreetheid (foto’s; mensen; activiteiten; contact mogelijkheden)
1.3. “Van ons” / Christelijk karakter van de uitvoerende organisatie
1.4. Passend in de mix van ondersteunde (te ondersteunen) projecten
1.5. Algemene armoede in het land waarin de mensen worden geholpen
2. De te ondersteunen mensen
2.1. Huisgenoten in het geloof
2.2. Het project is gericht op kinderen en / of vrouwen
3. Soort steun
3.1. Sociale hulp
3.2. Structurele hulp
3.3. Lange termijn ontwikkeling
3.4. Noodhulp
4. De uitvoerende of fondswervende organisatie
4.1. Professionaliteit
4.2. Verhouding tussen wervingskosten en project besteding < 15%
4.3. Verhouding tussen eigen vermogen en het project budget < 25%
Het ene criterium wordt belangrijker geacht dan het andere. De minst belangrijke criteria krijgen een factor 1, de belangrijkste criteria een factor 4, anderen criteria zijn daar tussen in krijgen een factor 2 of 3.
1. De gevers
De diaconie vind het even belangrijk om gevers te helpen dan om ontvangers te helpen. Het is immers beter om te geven dan om te ontvangen. Zorg voor de gemeente uit zich in het aandragen van projecten waaraan de gemeente met liefde geeft.
De eerste drie criteria, alle drie gerankt op factor 4, zeggen iets over hoe een project waarschijnlijk in de gemeente ligt, gewoon het gevoel (1.1).
De concreetheid van de nood voor de gemeente: kunnen zien, spreken, bezoeken, voor kunnen bidden met namen en concrete noden (1.2).
Des te dichter een organisatie bij de gemeente staat des te gemakkelijker men geeft. Voorbeeld: Verre Naasten is dichter bij dan World Vision hoewel beide Christelijke organisaties zijn (1.3)
We willen vermijden dat alle ondersteunde projecten soort gelijk zijn. De een heeft meer met Afrika, de ander meer met daklozen in Nederland. Een redelijk mix is een pluspunt (1.4), gerankt op factor 2.
Afgezien van de nood van groepen is ook de armoede in het land een wegingsfactor. Voorbeeld: Een dakloze in Amsterdam is in principe beter af dan een dakloze in Moskou. (1.5) Dat wegen we mee met factor 1.
2. De ontvangers
We willen luisteren naar de Bijbelse opdracht om wel te doen aan alle mensen maar in het bijzonder aan de huidgenoten van het geloof en we willen speciale aandacht geven aan de zwakkeren, in ontwikkelingslanden vooral de vrouwen en kinderen.
Deze twee criteria (2.1 en 2.2) krijgen een factor 1. Het speelt mee en mag meespelen, maar mensen moeten niet omwille van financiële steun Christen worden. Ook vinden we gevangenen (vaak mannen), gehandicapten, zieken bijna net zo zwak als vrouwen en kinderen.
3. De soort steun
In Matheus 25 vertelt de Heer Jezus dat Hij hulp aan behoeftige ziet als hulp aan Hem Persoonlijk. Gewoon de behoeftige helpen is dus genoeg. De keerzijde, mensen worden van ons afhankelijk, moet worden vermeden. We willen graag laten zien dat we namens God helpen. Dat kan beter tot z’n recht komen bij langere termijn sociale projecten en bij ontwikkelingsprojecten zoals onderwijs en werkgelegenheid. Dat komt vaak minder tot uitdrukking bij structurele hulp (water, wegen) en bij noodhulp.
We hebben deze vier criteria, gebaseerd op het bovenstaande, de volgende factoren mee gegeven: Sociale hulp (3.1) factor 2; structurele hulp (3.2) factor 3; lange termijn ontwikkeling (3.3) factor 3; noodhulp (3.4) factor 2.
4. De uitvoerende of fondswervende organisatie
Soms komt hulp niet goed terecht. Organisaties verschillen in kwaliteit en in strategie. Die kwaliteit kan o.a. worden afgewogen aan de keurmerken van die organisatie. Soms is inside informatie noodzakelijk. Van (soms jonge) gemeenteleden die voor het eerst in hun leven met hulpverlening of ontwikkelingswerk te maken krijgen is weinig professionaliteit te verwachten. Er kan verschil in strategie zijn voor wat betreft financiële reserves.
We hebben drie criteria: Professionaliteit in de uitvoering (4.1) met factor 1, omdat dit moeilijk en subjectief gemeten wordt. De verhouding tussen wervingskosten en project besteding of uitvoeringskosten, gemeten door o.a. het CBF keur (4.2) met factor 3. De verhouding tussen eigen vermogen en het project budget, met andere woorden, hoeveel reserves zijn er (4.3) met factor 3. Deze laatste twee zijn te vinden in de financieel verslagen van de hulp verleners.
In een Excel spreadsheet werden diverse projecten op deze manier met elkaar vergeleken en is er een keuze gemaakt voor het diaconale doel 2010 en 2011.
De volgende projecten hebben we gehad.
Project 2010 Gezinnen in Rwanda (Stichting Red een Kind)
Project 2009 Sharety
Project 2008 Het Passion / Innercity Project












