Diaconale doelen

Als Immanuelkerk maken wij uit het brede spectrum van hulporganisaties een keus voor een diaconaalproject. Dit project heeft over het algemeen minimaal een looptijd van een jaar. De doelen worden geselecteerd op basis van verschillende criteria.


Ranking en selectie diaconale projecten

Mei 2011

Naast de aanbevelingen van het Diaconaal steunpunt wordt de behoefte onderkend om zelf als diaconie een instrument te hebben om goede doelen te ranken naar wenselijkheid om te worden ondersteund door de GKv gemeente van Krimpen aan de IJssel. Deze ranking zegt dus niets over het goede doel op zich.

De doelen worden beoordeeld op 14 criteria verdeeld over 4 categorieën:

1. Draagvlak in gemeente
1.1. Gevoelsmatig
1.2. Concreetheid (foto’s; mensen; activiteiten; contact mogelijkheden)
1.3. “Van ons” / Christelijk karakter van de uitvoerende organisatie
1.4. Passend in de mix van ondersteunde (te ondersteunen) projecten
1.5. Algemene armoede in het land waarin de mensen worden geholpen

2. De te ondersteunen mensen
2.1. Huisgenoten in het geloof
2.2. Het project is gericht op kinderen en / of vrouwen

3. Soort steun
3.1. Sociale hulp
3.2. Structurele hulp
3.3. Lange termijn ontwikkeling
3.4. Noodhulp

4. De uitvoerende of fondswervende organisatie
4.1. Professionaliteit
4.2. Verhouding tussen wervingskosten en project besteding < 15%
4.3. Verhouding tussen eigen vermogen en het project budget < 25%

Het ene criterium wordt belangrijker geacht dan het andere. De minst belangrijke criteria krijgen een factor waarde 1, de belangrijkste criteria een factor waarde 4, anderen criteria zijn daar tussen in krijgen een factor waarde 2 of 3.

1. De gevers
Het is beter te geven dan te ontvangen. Door alle dagelijkse beslommeringen schiet geven aan de naaste er maar zo bij in. De diakenen zien het als hun taak om op te roepen tot barmhartigheid en projecten aan te dragen waaraan de gemeente met liefde geeft.

De eerste drie criteria zeggen iets over hoe een project waarschijnlijk in de gemeente ligt:
1.1 Gewoon wat we er bij voelen, minder belangrijk factor waarde 1
1.2 De concreetheid van de nood voor de gemeente: kunnen zien, spreken, bezoeken, voor kunnen bidden met namen en concrete noden, factor waarde 4.
1.3 Des te dichter een organisatie bij de gemeente staat des te gemakkelijker men geeft. Voorbeeld: Verre Naasten is dichter bij dan World Vision hoewel beide Christelijke organisaties zijn, factor waarde 3.
1.4 We willen vermijden dat alle ondersteunde projecten qua soort gelijk zijn. De een heeft meer met Afrika, de ander meer met daklozen in Nederland. Een redelijk mix is een pluspunt, factor waarde 1.
1.5 Afgezien van de nood van groepen is ook de armoede in het land een wegingsfactor. Voorbeeld: Een dakloze in Amsterdam is in principe beter af dan een dakloze in Moskou. Dat wegen we mee met factor waarde 3.

2. De ontvangers
De Bijbelse opdracht is om wel te doen aan alle mensen maar in het bijzonder aan de huisgenoten van het geloof. We willen speciale aandacht geven aan de zwakkeren en kinderen.

2.1 In onze ogen mogen projecten gericht op Christenen een streepje voor hebben. Voorzichtigheid is geboden want mensen moeten niet omwille van financiële steun Christen worden, factor waarde 4.
2.2 Vrouwen en kinderen zijn vaak de eerste slachtoffers van armoede en gebrek, vooral in ontwikkelingslanden. Hulp aan vrouwen wordt in het algemeen beter gebruikt voor het hele gezin, vandaar factor waarde 4.

3. De soort steun
In Matheus 25 vertelt de Heer Jezus dat Hij hulp aan behoeftigen ziet als hulp aan Hem Persoonlijk. Behoeftigen helpen is dus genoeg. Er is een risico dat mensen van ons afhankelijk worden. We willen graag laten zien dat we namens de Heer Jezus helpen. Dat kan beter tot zijn recht komen bij langere termijn projecten zoals medische zorg (structurele hulp) en bij ontwikkelingshulp zoals onderwijs en werkgelegenheid. Structurele hulp en ontwikkelingshulp zijn op langere termijn effectiever dan noodhulp en sociale hulp.

We hebben deze vier criteria, gebaseerd op het bovenstaande, de volgende factoren mee gegeven:
3.1 Sociale hulp factor waarde 1
3.2 Structurele hulp factor waarde 3
3.3 Ontwikkeling factor waarde 4
3.4 Noodhulp factor waarde 2.

De uitvoerende of fondswervende organisatie Organisaties verschillen in kwaliteit. Die kwaliteit kan o.a. worden afgewogen aan de keurmerken van die organisatie. Van (soms jonge) gemeenteleden die voor het eerst in hun leven met hulpverlening of ontwikkelingswerk te maken krijgen is weinig professionaliteit te verwachten. Er zijn organisaties die veel geld besteden aan fondswerving en relatief weinig overhouden voor het doel zelf. In principe mag er niet meer dan 15% aan fondswerving worden besteed. Er kan verschil in strategie zijn voor wat betreft reserves. De ene organisatie heeft een reserve (buffer) van drie maanden, de andere organisatie heeft een grote financiële reserve en besteedt alleen de jaarlijks ontvangen rente aan het doel waarvoor het gegeven is.

4.1 Professionaliteit in de uitvoering, factor waarde 3
4.2 De verhouding tussen wervingskosten en project besteding of uitvoeringskosten, gemeten door o.a. het CBF keur, factor waarde 3.
4.3 De verhouding tussen eigen vermogen en het project budget, met andere woorden, hoeveel reserves zijn er. Als diaken geven we voorkeur aan organisaties die ontvangen geld uitgeven en niet oppotten, factor waarde 4. Informatie over de laatste twee factoren zijn te vinden in de financiële verslagen van de hulp verlenende organisaties.

In een Excel spreadsheet werden diverse projecten op deze manier met elkaar vergeleken en is er een keuze gemaakt voor het diaconale doel 2010 en 2011. Dit excel bestand kunt u hieronder downloaden.

Vergelijk projecten: Selectie projecten gewijzigde factoren 2011



 
De volgende projecten hebben we gehad.

Project 2012 Stop Aids Zuid Afrika (Verre Naasten)
Project 2010 Gezinnen in Rwanda (Stichting Red een Kind)
Project 2009 Sharety
Project 2008 Het Passion / Innercity Project